Menu

Michel Morange

Monod-Jacob-Lwoff

De drie musketiers van de nieuwe biologie. Deel 41 van de Wetenschappelijke biografie

 34,50  9,90

ISBN: 9789085713654. Bindwijze: geb Taal: NL Uitgever: Natuurwetenschap & techniek Auteur: Michel Morange Paginas: 160 Categorieën: , , , .

Gerelateerde producten

muziek

Niek Nelissen

Willem van Otterloo

Willem van Otterloo was één van de vier belangrijkste Nederlandse dirigenten van de twintigste eeuw. Als componist liet hij een klein maar verfijnd oeuvre na. Zijn bekendste werk is de Symphoniëtta (1943), die behoort tot de meest gespeelde Nederlandse composities. Van Otterloo's levensverhaal geeft een interessant tijdsbeeld van het muziekleven tussen 1928 en 1978. Hij begon zijn loopbaan als tutticellist in het Utrechts Stedelijk Orkest. Een compositieprijsvraag van het Concertgebouw in 1932 bleek bepalend voor zijn toekomst. De orkestsuite die hij instuurde, werd bekroond met de eerste prijs en hij mocht de uitvoering door het Concertgebouworkest zelf dirigeren. Het USO stelde hem in 1934 aan als tweede en in 1937 als eerste dirigent. Hij bleef aan toen het USO in 1943 werd ingezet bij de Europasender, een Duitse propagandazender. Dit kwam hem na de bevrijding te staan op een veroordeling door de Ereraad voor de muziek. In 1949 werd Van Otterloo eerste dirigent van het Residentie Orkest, dat hij bijna een kwart eeuw leidde. Het Haagse orkest ging met hem een ongekende bloeitijd tegemoet. In 1950 werd hij een van de vaste dirigenten van het nieuwe platenlabel van Philips, dat hem behalve met het RO opnamen liet maken in Berlijn, Parijs en Wenen. De vele Philips-lp's droegen bij tot zijn internationale reputatie. Na het overlijden van Eduard van Beinum in 1959 werd algemeen verwacht dat hij diens opvolger zou worden bij het Concertgebouworkest. De keuze viel echter op Bernard Haitink en Van Otterloo bleef in Den Haag. In de jaren zestig kwam Van Otterloo bij het RO onder vuur te liggen door de roep om inspraak en repertoirevernieuwing. Als gastdirigent verlegde hij zijn activiteiten deels naar het buitenland. Na zijn vertrek bij het RO in 1973 werd hij chef-dirigent van het Sydney Symphony Orchestra. In 1978 overleed hij in Australië bij een verkeersongeval. Recensie: Dit vlot geschreven imposante boek is een handelsuitgave van een academisch proefschrift over de introverte levens- en musiceerstijl van een van Nederlands bekende orkestleiders met een interessant tijdsbeeld (1933-1978). Zelf voortgekomen uit de orkestpraktijk stond hij als vaste dirigent "op de bok" van respectievelijk het Utrechts Stedelijk Orkest en het Residentie Orkest. Ook de kronieken van beide ensembles uit die periode worden door de promovendus - muziekjournalist en leraar vwo geschiedenis - in detail beschreven. Voor diegenen die onder Van Otterloo hebben gespeeld, is dit relaas 'gefundenes Fressen'. Maar voor hen niet alleen! Het boek bevat naast talrijke bijlagen en foto's een dvd met een tweetal televisieregistraties uit respectievelijk 1963 (Gebouw K&W Den Haag, Brahms III) en 1976 (St. Bavokerk Haarlem, Beethoven IX). Het boek en de dvd zijn toonaangevend voor de onderhavige periode van het orkestbedrijf. Metagegevens •           Van Gruting •           Gebonden •           629 pagina’s •           ISBN 9789075879407 •           NUR: 660 - Muziek algemeen •           Genre: Kunst, Muziek, Biografieën •           Trefwoorden: Dirigent, Residentie Orkest, Van Otterloo Over de auteur: Niek Nelissen (1952) studeerde geschiedenis in Groningen. Hij is werkzaam als leraar aan het Stedelijk Gymnasium in Arnhem en als toetsdeskundige bij het Cito. Als muziekjournalist schreef hij een groot aantal artikelen voor muziektijdschriften en toelichtingen bij cd-uitgaven op muziekhistorisch gebied. De biografie van Willem van Otterloo is de handelsuitgave van het proefschrift dat hij in 2009 verdedigde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Over de uitgever: Uitgeverij Van Gruting, opgericht in 1996, legt zich toe op het uitgeven van boeken op het terrein van geschiedenis, kunstgeschiedenis, muziekgeschiedenis en literatuurgeschiedenis.
 39,90  12,50
Verder lezen

non-fictie

Chris Hietland

De kroonprins van Nieuw Links

Van mulo tot minister en van rebel tot regent? André van der Louw, opgegroeid in Den Haag als zoon van een melkboer, was een prominent PvdA-politicus in de hoogtijdagen van de partij. Hij was een van de leidende figuren van Nieuw Links. Zijn bekende berendans op het partijcongres van 1969 symboliseerde de verdeeldheid in de PvdA op dat moment. In die jaren was hij ook perschef bij de VARA en redacteur van het spraakmakende jongerentijdschrift Hitweek. Als PvdA-voorzitter belichaamde de flamboyante Van der Louw de vernieuwing die de partij aan het begin van de jaren zeventig doormaakte. Hij was daarna een populaire burgemeester van Rotterdam, die dicht bij de burgers wilde staan. Zijn politieke vrienden zagen in hem de gedroomde opvolger van Joop den Uyl als PvdA-leider. Van der Louw was minister van CRM in het kabinet-Van Agt/Den Uyl. Na de val van dat kortstondige kabinet was hij onder meer voorzitter van het Openbaar Lichaam Rijnmond, sectievoorzitter betaald voetbal van de KNVB en voorzitter van de NOS. De PvdA bracht hij aan het begin van de jaren negentig nog eenmaal in beroering, met een vermeende couppoging ten tijde van de WAO-crisis. Chris Hietland werpt in deze biografie nieuw licht op de rol die Van der Louw speelde in de machtsstrijd binnen de PvdA. Hij schetst een beeld van Van der Louws politieke stijl, gaat in op zijn betekenis als Rotterdams burgemeester en beantwoordt onder meer de vraag hoe zijn politieke en journalistiek-culturele activiteiten in de jaren zestig zich tot elkaar verhielden.
 34,99  12,50
Verder lezen

non-fictie

Jan Fontijn

Moederskinderen

Het was voor Jan Fontijn een schok van herkenning toen hij Stendhals emotionele beschrijving las over de dood van diens moeder. Het herinnerde hem aan de nauwe band die hij als kind met zijn eigen moeder had en hoe die band door haar verschrikkelijke dood werd verbroken. Deze lees- en levenservaring was voor Fontijn aanleiding op zoek te gaan naar de wijze waarop een aantal prominente mannelijke schrijvers de band met hun moeder hebben beleefd en beschreven. Helder en beknopt weet hij de hoogte- en dieptepunten van de moeder-zoonrelatie te beschrijven. Zo komen in 'Moederskinderen' buitenlandse auteurs als Paul Léautaud, Michel Houellebecq, Charles Baudelaire, Rainer Maria Rilke, Friedrich Nietzsche, Marcel Proust en André Gide aan bod. Maar ook Nederlandstalige auteurs zijn met Gerard Reve, Herman Gorter, Jan Hanlo, Martinus Nijhoff, Frederik van Eeden, Lodewijk van Deyssel en de Belgische Maurice Gilliams goed vertegenwoordigd. 'Moederskinderen' noemt hij die door hem gekozen schrijvers, omdat de moederliefde of het intens verlangen daarnaar zo dominant in hun leven en werk aanwezig is. Hun relatie met hun moeder is vaak ontroerend en navrant en is voor Jan Fontijn meer dan eens aanleiding om die te verbinden met zijn eigen relatie met zijn moeder. Er zijn ook schrijvers die hun moeder nooit gekend hebben en leden onder dat gemis. Het boek sluit af met een korte schets van de wijze waarop psychiaters H.C. Halberstadt-Freud, Sigmund Freud en Georg Groddeck de relatie tussen moeder en zoon beschouwden.
 19,99  7,90
Verder lezen