Terug/Home/Webwinkel ramsj.nl /Non-Fictie/Biografieën/Top 1000 van de Belgische wielrenners
Jacques Sys
Top 1000 van de Belgische wielrenners
€ 39,99 Oorspronkelijke prijs was: € 39,99.€ 15,00Huidige prijs is: € 15,00.
ISBN: 9789401467254.
Bindwijze:
geb
Taal:
NL
Uitgever:
Lannoo
Auteur:
Jacques Sys
Paginas:
544
Categorieën: Biografieën, Non-Fictie.
‘Top 1000 Belgische wielrenners’ zijn lange en korte verhalen, over de vedetten die met een aureool van onsterfelijkheid door het leven stappen, maar ook over de vele andere renners die elk op hun manier een rol speelden in het peloton. Over vallen en opstaan, triomfen en tragedies – de wielersport is een metafoor van het leven. De verschillende generaties en tendensen worden gebundeld in dit meer dan 500 pagina’s dikke werk: van de grimmigheid uit het prille begin, de opkomst van het ploegensysteem en de technische evoluties tot de intrede van de wetenschap.
Gerelateerde producten
kunst

Wilma van Giersbergen
Op zoek naar werk
'Op zoek naar werk, De productieve kunstenaarsfamilies Hauck ? Bakker - Van de Laar in Rotterdam 1770-1920'. Van auteur Wilma van Giersbergen. Begin december 1776 arriveert August Christian Hauck (1742-1801) met zijn vrouw en twee kinderen in Rotterdam. Hij wil er als portretschilder aan de slag, Hauck, die in Mannheim werd geboren, stamt uit een kunstenaarsfamilie. Net zoals zijn vader en zijn (half)broers op zoek moesten naar opdrachten en daarvoor vele reizen zouden ondernemen, zo vindt ook Hauck pas na omzwervingen door de Republiek zijn definiteive bestemming in Rotterdam. August C. Hauck wordt de stamvader van vier generaties Rotterdamse kunstschilders. In 1784 neemt hij een jongeman uit Goedereede, Cornelis Bakker (1771-1849), als leerling bij hem in huis. Cornelis Bakker trouwt in 1795 met Susanna Eva Hauck (1773-1842), het enige kind van zijn leermeester. Twee van hun kinderen, Job Augustus (1796-1876) en Aren Bakker (1806-1843), worden eveneens kunstenaar. Ook raakt de familie Bakker door een huwelijk verwant aan de Rotterdamse kunstenaarsfamilie Van de Laar, van wie de historieschilder Jan Hendrik van de Laar (1807-19874) de bekendste zal worden. Leven van alleen de schilderkunst gaat moeizaam, zodat de kunstenaars generatie op generatie op zoek moeten naar andere bronnen van inkomsten. Honderd jaar lang spelen zij in Rotterdam als tekenleraar een grote rol in het onderwijs bij het tekengenootschap 'Hierdoor tot Hooger' en de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen. Daarnaast verdienen verschillenden van hen hun boterham in de decoratie- en interieurschilderkunst. Het is de tragiek van een kunstenaarsfamilie die, opgeleid tot kunstschilder, door velerlei omstandigheden gedwongen wordt haar ambities bij te stellen. In 'Opzoek naar werk' worden zes generaties kunstschilders gevolgd te beginnen met Haucks vader, Johann Jacob Hauck(1694-ca.1769), kerk- en hofschilder in Duitsland. De schilderdynastie eindigt als de decorschilder Frans Bakker (1871-1944) in 1920 Rotterdam verlaat en in Nederlands-Indië gaat wonen. Donkerpap - 368 blz
muziek

Niek Nelissen
Willem van Otterloo
Willem van Otterloo was één van de vier belangrijkste Nederlandse dirigenten van de twintigste eeuw. Als componist liet hij een klein maar verfijnd oeuvre na. Zijn bekendste werk is de Symphoniëtta (1943), die behoort tot de meest gespeelde Nederlandse composities. Van Otterloo's levensverhaal geeft een interessant tijdsbeeld van het muziekleven tussen 1928 en 1978. Hij begon zijn loopbaan als tutticellist in het Utrechts Stedelijk Orkest. Een compositieprijsvraag van het Concertgebouw in 1932 bleek bepalend voor zijn toekomst. De orkestsuite die hij instuurde, werd bekroond met de eerste prijs en hij mocht de uitvoering door het Concertgebouworkest zelf dirigeren. Het USO stelde hem in 1934 aan als tweede en in 1937 als eerste dirigent. Hij bleef aan toen het USO in 1943 werd ingezet bij de Europasender, een Duitse propagandazender. Dit kwam hem na de bevrijding te staan op een veroordeling door de Ereraad voor de muziek. In 1949 werd Van Otterloo eerste dirigent van het Residentie Orkest, dat hij bijna een kwart eeuw leidde. Het Haagse orkest ging met hem een ongekende bloeitijd tegemoet. In 1950 werd hij een van de vaste dirigenten van het nieuwe platenlabel van Philips, dat hem behalve met het RO opnamen liet maken in Berlijn, Parijs en Wenen. De vele Philips-lp's droegen bij tot zijn internationale reputatie. Na het overlijden van Eduard van Beinum in 1959 werd algemeen verwacht dat hij diens opvolger zou worden bij het Concertgebouworkest. De keuze viel echter op Bernard Haitink en Van Otterloo bleef in Den Haag. In de jaren zestig kwam Van Otterloo bij het RO onder vuur te liggen door de roep om inspraak en repertoirevernieuwing. Als gastdirigent verlegde hij zijn activiteiten deels naar het buitenland. Na zijn vertrek bij het RO in 1973 werd hij chef-dirigent van het Sydney Symphony Orchestra. In 1978 overleed hij in Australië bij een verkeersongeval. Recensie: Dit vlot geschreven imposante boek is een handelsuitgave van een academisch proefschrift over de introverte levens- en musiceerstijl van een van Nederlands bekende orkestleiders met een interessant tijdsbeeld (1933-1978). Zelf voortgekomen uit de orkestpraktijk stond hij als vaste dirigent "op de bok" van respectievelijk het Utrechts Stedelijk Orkest en het Residentie Orkest. Ook de kronieken van beide ensembles uit die periode worden door de promovendus - muziekjournalist en leraar vwo geschiedenis - in detail beschreven. Voor diegenen die onder Van Otterloo hebben gespeeld, is dit relaas 'gefundenes Fressen'. Maar voor hen niet alleen! Het boek bevat naast talrijke bijlagen en foto's een dvd met een tweetal televisieregistraties uit respectievelijk 1963 (Gebouw K&W Den Haag, Brahms III) en 1976 (St. Bavokerk Haarlem, Beethoven IX). Het boek en de dvd zijn toonaangevend voor de onderhavige periode van het orkestbedrijf. Metagegevens • Van Gruting • Gebonden • 629 pagina’s • ISBN 9789075879407 • NUR: 660 - Muziek algemeen • Genre: Kunst, Muziek, Biografieën • Trefwoorden: Dirigent, Residentie Orkest, Van Otterloo Over de auteur: Niek Nelissen (1952) studeerde geschiedenis in Groningen. Hij is werkzaam als leraar aan het Stedelijk Gymnasium in Arnhem en als toetsdeskundige bij het Cito. Als muziekjournalist schreef hij een groot aantal artikelen voor muziektijdschriften en toelichtingen bij cd-uitgaven op muziekhistorisch gebied. De biografie van Willem van Otterloo is de handelsuitgave van het proefschrift dat hij in 2009 verdedigde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Over de uitgever: Uitgeverij Van Gruting, opgericht in 1996, legt zich toe op het uitgeven van boeken op het terrein van geschiedenis, kunstgeschiedenis, muziekgeschiedenis en literatuurgeschiedenis. Van Grutinggeb - 628 blz
mens & maatschappij

Karl Mannheim
Het generatieprobleem
Het gemak waarmee we over generaties praten, illustreert dat het een bruikbaar begrip is om maatschappelijke verschijnselen te duiden. Bij nadere beschouwing blijkt echter dat het in het dagelijks gebruik vooral aantrekkelijk is als we het losjes hanteren. Generaties kunnen tegenover elkaar staan, jonge generaties kunnen een maatschappij vernieuwen, en thuis kunnen we een generatiekloof ervaren. Karl Mannheim zag scherp hoe deze losse begripsopvatting verwarring veroorzaakte. In zijn essay Das Problem der Generationen (1927-'28) werkte hij daarom een nauwkeurig, gedifferentieerd generatiebegrip uit. In dezelfde tijd geboren zijn zegt op zich nog niet zoveel, aldus Mannheim. Pas als jongeren ook dezelfde culturele invloeden ondergaan, kan de ontwikkeling tot een maatschappelijke actieve 'generatieeenheid' werkelijk haar beslag krijgen. Voor dat laatste is het echter ook nodig dat bestaande culturele vormen door een versnelde maatschappelijke ontwikkeling zijn ontworteld. Anders gezegd: jongeren kunnen pas dan een eigen rol op het maatschappelijke toneel krijgen. Mannheims generatiebegrip heeft in de loop van de tijd vele auteurs en onderzoekers geïnspireerd, zowel in de geschiedwetenschap als in de sociale wetenschappen. Met de eerste Nederlandse vertaling, van de hand van Hans Driessen, kunnen nu alle generaties uit de eerste hand kennis nemen van zijn rijke gedachtegoed. Karl Mannheim (1893-1947) was een Hongaars-Duitse socioloog, die de grondlegger is van de kennissociologie. De oorspronkelijke versie van Het generatieprobleem voltooide hij in 1928. Over de vertaler: Hans Driessen is vertaler van onder andere Duitse filosofie. Eerder verschenen van hem vertalingen van Nietzsche, Sloterdijk en Schopenhauer. In 2012 verscheen van zijn hand een nieuwe vertaling van Thomas Manns De Toverberg en voor uitgeverij Vantilt vertaalde hij Wetenschap als beroep en Politiek als beroep van Max Weber. Van Tiltpap - 78 blz
mens & maatschappij

Marianne Joëls
Baanbreeksters
Welke vrouwen bereiken als eerste de top van hun beroepsgroep? Zijn het vrouwen die met een zilveren lepel in de mond geboren zijn, die alles in het werk stellen om 'De eerste' te worden? Vrouwen met een carrière die maar één richting kent, namelijk vooruit en omhoog? Het tegendeel blijkt waar. Aan de hand van gevoelvolle portretten op basis van uitvoerige gesprekken met twaalf 'eerste vrouwen' analyseert Marianne Joëls de overeenkomsten in hun omgeving, loopbaan en karakter. Ze vertellen over belangrijke momenten in hun leven: hun jeugd, hun keuzes voor een vervolgopleiding, de rol van toeval of juist planning in hun loopbaan, de mensen die hen steunden of tot voorbeeld dienden; en hun positie als vrouwelijke wegbereider. Het zijn vrouwen uit de politiek en overheid, uit de wetenschap, uit de wereld van religie, kunst en sport, en vrouwen uit het bedrijfsleven. Opvallend is dat ze niet meer kansen hebben gekregen dan een ander, maar wel van elke halve kans een heel succes hebben weten te maken. Het is een verhaal van doorzetten, optimisme, steun en geloof in een goede afloop. Prometheuspap - 288 blz