Menu

Larissa Pans

Onbeperkt vruchtbaar

Een zoektocht naar de uiterste houdbaarheidsdatum van het moederschap

 20,99  7,90

ISBN: 9789023443063. Bindwijze: pap Taal: NL Uitgever: de Bezige Bij Auteur: Larissa Pans Paginas: 240 Categorieën: , .

Gerelateerde producten

muziek

Niek Nelissen

Willem van Otterloo

Willem van Otterloo was één van de vier belangrijkste Nederlandse dirigenten van de twintigste eeuw. Als componist liet hij een klein maar verfijnd oeuvre na. Zijn bekendste werk is de Symphoniëtta (1943), die behoort tot de meest gespeelde Nederlandse composities. Van Otterloo's levensverhaal geeft een interessant tijdsbeeld van het muziekleven tussen 1928 en 1978. Hij begon zijn loopbaan als tutticellist in het Utrechts Stedelijk Orkest. Een compositieprijsvraag van het Concertgebouw in 1932 bleek bepalend voor zijn toekomst. De orkestsuite die hij instuurde, werd bekroond met de eerste prijs en hij mocht de uitvoering door het Concertgebouworkest zelf dirigeren. Het USO stelde hem in 1934 aan als tweede en in 1937 als eerste dirigent. Hij bleef aan toen het USO in 1943 werd ingezet bij de Europasender, een Duitse propagandazender. Dit kwam hem na de bevrijding te staan op een veroordeling door de Ereraad voor de muziek. In 1949 werd Van Otterloo eerste dirigent van het Residentie Orkest, dat hij bijna een kwart eeuw leidde. Het Haagse orkest ging met hem een ongekende bloeitijd tegemoet. In 1950 werd hij een van de vaste dirigenten van het nieuwe platenlabel van Philips, dat hem behalve met het RO opnamen liet maken in Berlijn, Parijs en Wenen. De vele Philips-lp's droegen bij tot zijn internationale reputatie. Na het overlijden van Eduard van Beinum in 1959 werd algemeen verwacht dat hij diens opvolger zou worden bij het Concertgebouworkest. De keuze viel echter op Bernard Haitink en Van Otterloo bleef in Den Haag. In de jaren zestig kwam Van Otterloo bij het RO onder vuur te liggen door de roep om inspraak en repertoirevernieuwing. Als gastdirigent verlegde hij zijn activiteiten deels naar het buitenland. Na zijn vertrek bij het RO in 1973 werd hij chef-dirigent van het Sydney Symphony Orchestra. In 1978 overleed hij in Australië bij een verkeersongeval. Recensie: Dit vlot geschreven imposante boek is een handelsuitgave van een academisch proefschrift over de introverte levens- en musiceerstijl van een van Nederlands bekende orkestleiders met een interessant tijdsbeeld (1933-1978). Zelf voortgekomen uit de orkestpraktijk stond hij als vaste dirigent "op de bok" van respectievelijk het Utrechts Stedelijk Orkest en het Residentie Orkest. Ook de kronieken van beide ensembles uit die periode worden door de promovendus - muziekjournalist en leraar vwo geschiedenis - in detail beschreven. Voor diegenen die onder Van Otterloo hebben gespeeld, is dit relaas 'gefundenes Fressen'. Maar voor hen niet alleen! Het boek bevat naast talrijke bijlagen en foto's een dvd met een tweetal televisieregistraties uit respectievelijk 1963 (Gebouw K&W Den Haag, Brahms III) en 1976 (St. Bavokerk Haarlem, Beethoven IX). Het boek en de dvd zijn toonaangevend voor de onderhavige periode van het orkestbedrijf. Metagegevens •           Van Gruting •           Gebonden •           629 pagina’s •           ISBN 9789075879407 •           NUR: 660 - Muziek algemeen •           Genre: Kunst, Muziek, Biografieën •           Trefwoorden: Dirigent, Residentie Orkest, Van Otterloo Over de auteur: Niek Nelissen (1952) studeerde geschiedenis in Groningen. Hij is werkzaam als leraar aan het Stedelijk Gymnasium in Arnhem en als toetsdeskundige bij het Cito. Als muziekjournalist schreef hij een groot aantal artikelen voor muziektijdschriften en toelichtingen bij cd-uitgaven op muziekhistorisch gebied. De biografie van Willem van Otterloo is de handelsuitgave van het proefschrift dat hij in 2009 verdedigde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Over de uitgever: Uitgeverij Van Gruting, opgericht in 1996, legt zich toe op het uitgeven van boeken op het terrein van geschiedenis, kunstgeschiedenis, muziekgeschiedenis en literatuurgeschiedenis.
 39,90  12,50
Verder lezen

non-fictie

Jan de Lint

Kanonnen voor Kruidnagelen

Als Olivier van Noort op 26 augustus 1601 weer voet aan wal zet in Rotterdam, is hij de eerste Nederlander die een tocht rond de wereld heeft volbracht. Hij wordt met ''groote blyschap, soowel van de principaelste als van de ghemeyne Borgerye'' ontvangen en de daaropvolgende publicatie van zijn reisjournaal is een eclatant succes. De investeerders in deze Magelhaense Compagnie waren echter minder verheugd want in plaats van de fabelachtige winsten die de specerijenhandel zou moeten opleveren, was deze onderneming in zakelijk opzicht een groot fiasco. Van de 248 bemanningsleden had slechts een vijftigtal de reis overleefd en van de vier schepen was er slechts één teruggekeerd. Een van de schepen die verloren ging, was de ''Hendrick Frederick'' die na het passeren van Straat Magelhaen door hevige storm van de vloot was afgedwaald. Kapitein Pieter de Lint moest daarna op eigen gelegenheid langs de Zuid-Amerikaanse westkust de jacht van het Spaanse koloniale bewind op deze Hollandse ''corsarios'' weerstaan en vervolgens de Stille Oceaan oversteken. Aangekomen bij de Molukken (Ternate) blijkt het schip niet meer zeewaardig genoeg om de thuisreis te aanvaarden en moet kapitein Pieter de Lint zijn schip op de kust van het eiland achterlaten. Hij verkoopt echter zijn scheepsgeschut en ammunitie aan de Sultan van Ternate en krijgt daarvoor een lucratief termijncontract voor de levering van kruidnagelen. Hij bouwt met zijn bemanning een kleine bark en brengt daarmee een eerste cargo kruidnagelen naar Bantam. Vandaar zeilt hij met een van de schepen van de pas opgerichte VOC terug naar het vaderland en bereikt in 1603 zijn thuishaven Rotterdam. Zijn kruidnagelcontract zal uiteindelijk resulteren in een bescheiden winst voor de Magelhaense Compagnie. 'Kanonnen voor kruidnagelen' brengt de wereldreis van Van Noort weer tot leven maar tracht vooral aan de hand van diverse bronnen de reis van Pieter de Lint te reconstrueren. Wat waren de motieven voor het ondernemen van dergelijke ontdekkingsreizen? Welke kusten, steden en volkeren werden onderweg bezocht en hoe verliep het contact? Hoe reageerde de inmiddels opgerichte VOC op het kruidnagelcontract van Pieter de Lint en kreeg Pieter de erkenning die hij verdiende?
 15,50  6,90
Verder lezen

non-fictie

Jan Fontijn

Moederskinderen

Het was voor Jan Fontijn een schok van herkenning toen hij Stendhals emotionele beschrijving las over de dood van diens moeder. Het herinnerde hem aan de nauwe band die hij als kind met zijn eigen moeder had en hoe die band door haar verschrikkelijke dood werd verbroken. Deze lees- en levenservaring was voor Fontijn aanleiding op zoek te gaan naar de wijze waarop een aantal prominente mannelijke schrijvers de band met hun moeder hebben beleefd en beschreven. Helder en beknopt weet hij de hoogte- en dieptepunten van de moeder-zoonrelatie te beschrijven. Zo komen in 'Moederskinderen' buitenlandse auteurs als Paul Léautaud, Michel Houellebecq, Charles Baudelaire, Rainer Maria Rilke, Friedrich Nietzsche, Marcel Proust en André Gide aan bod. Maar ook Nederlandstalige auteurs zijn met Gerard Reve, Herman Gorter, Jan Hanlo, Martinus Nijhoff, Frederik van Eeden, Lodewijk van Deyssel en de Belgische Maurice Gilliams goed vertegenwoordigd. 'Moederskinderen' noemt hij die door hem gekozen schrijvers, omdat de moederliefde of het intens verlangen daarnaar zo dominant in hun leven en werk aanwezig is. Hun relatie met hun moeder is vaak ontroerend en navrant en is voor Jan Fontijn meer dan eens aanleiding om die te verbinden met zijn eigen relatie met zijn moeder. Er zijn ook schrijvers die hun moeder nooit gekend hebben en leden onder dat gemis. Het boek sluit af met een korte schets van de wijze waarop psychiaters H.C. Halberstadt-Freud, Sigmund Freud en Georg Groddeck de relatie tussen moeder en zoon beschouwden.
 19,99  7,90
Verder lezen

non-fictie

Marrika van Beilen

Groene vingers

De Bierummer wiettelers runden jarenlang hun kwekerij als een bonafide bedrijf. Over hun inkomsten droegen zij belasting af en de hoge energierekening werd netjes betaald. Toen het OM hun zaak aan de rechter voorlegde, oordeelde deze dat hun aanpak paste in het Nederlandse gedoogbeleid en legde de kwekers geen straf op. De uitspraak bracht de paradoxen van het Nederlandse gedoogbeleid pijnlijk aan het licht. Want hoe kan het dat bijna zeshonderd coffeeshops wiet verkopen, terwijl de politie ondertussen jacht maakt op iedereen die zich bezighoudt met de productie ervan?

Over de auteur:

Neerlandica Mariska van Beilen woonde en werkte zes jaar in de Verenigde Staten. Toen zij terugkeerde naar Nederland bleek haar huis, dat ze via een makelaar had verhuurd, in gebruik te zijn als een wietplantage. Deze ervaring zette haar aan tot het schrijven van dit boek.

Recensie

Dit is het verhaal van de zogenoemde Bierummer wiettelers, twee mensen die jarenlang een wietkwekerij runden als een regulier bedrijf met belastingafdrachten en volkomen openheid in de boekhouding, een bedrijf waarvan de rechter oordeelde dat dit paste in het Nederlandse gedoogbeleid. Maar het beschrijft ook de problemen die deze mensen hebben ervaren in de loop der jaren. Daaromheen schrijft de auteur over haar interviews met diverse mensen die met de bestrijding van de wietteelt te maken hebben, waarmee zij de lezer een gedetailleerd inzicht verschaft in het reilen en zeilen rond dit onderwerp. De discussie dat er coffeeshops gedoogd worden in Nederland, maar dat er geen legale wijze is om deze van kwalitatief hoogwaardige wiet te voorzien, is de achterliggende boodschap en een pleidooi om de politiek voor eens en altijd een standpunt te laten innemen, waardoor het telen van wiet buiten het criminele circuit gehouden kan worden. Het boek is bijzonder vlot geschreven en is dan ook voor een breed publiek aantrekkelijk om te lezen. Tot slot een uitvoerige bronvermelding.
 14,95  6,90
Verder lezen

Door drukte kan de levering van uw pakketje langer duren. Wij streven er naar bestellingen binnen 2 tot 4 werkdagen te leveren. Sluiten