Terug/Home/Webwinkel ramsj.nl /Non-Fictie/Brievenboeken/Ode aan de brief
Simon Garfield
Ode aan de brief
Kroniek van een verdwijnend fenomeen
€ 25,00 Oorspronkelijke prijs was: € 25,00.€ 7,90Huidige prijs is: € 7,90.
ISBN: 9789492060006.
Bindwijze:
pap
Taal:
NL
Uitgever:
Podium
Auteur:
Simon Garfield
Paginas:
431
Categorieën: Brievenboeken, Non-Fictie.
Weinig spreekt zo tot de verbeelding als het lezen van een brief. Toch lijkt de kunst van het brieven schrijven te verdwijnen. In ‘Ode aan de brief’ neemt Simon Garfield onze bijzondere band met correspondentie onder de loep: van Romeinse houtsnippers die werden ontdekt bij de Muur van Hadrianus tot de vloek en zegening van e-mail.
Gerelateerde producten
filosofie & religie
Correspondentie van Desiderius Erasmus 12
'De correspondentie van Erasmus, Brieven 1658 - 1801' is een van de meest interessante briefwisselingen die de wereldliteratuur heeft voortgebracht. In dit twaalfde deel van de integrale uitgave van alle 3141 brieven van en aan Erasmus zijn de brieven opgenomen die in 1526 en het eerste kwartaal van 1527 werden geschreven. Dit deel is vertaald door Jan Bedaux. Een belangrijk thema in dit deel van de brieven van Erasmus vormt de onenigheid met Luther, waar Erasmus erg onder gebukt gaat. Daarnaast wordt hij voortdurend door Zwitserse reformatoren belaagd, terwijl ook de positie van de katholieken in Bazel verslechtert. Erasmus voelt zich eveneens van katholieke zijde aangevallen, met name door theologen uit Parijs en Leuven. In zijn strijd met de Leuvense theologen zoekt hij aan kerkelijke en wereldlijke zijde steun door brieven naar Rome en het hof van Karel in Spanje te sturen. De keizer antwoordt zelf met een bemoedigende brief. De zorgen over zijn gezondheid zullen Erasmus ertoe gebracht hebben in het begin van 1527 een testament op te stellen. Dit bevat niet alleen een verdeling van de persoonlijke bezittingen, maar ook een regeling voor de uitgave van zijn Opera omnia met een lijst van personen of instellingen die deze uitgave als geschenk dienden te ontvangen. De bepalingen van het testament laten zien dat Erasmus op dat moment bepaald niet onbemiddeld was. Te midden van bovengenoemde onderwerpen neemt brief 1756 een bijzondere positie in. Erasmus geeft hierin een bijzonder levendige beschrijving van een ontploffing van een kruittoren, die door blikseminslag werd veroorzaakt. Redelijkheid zonder zendingsdrang of verkettering, tolerantie, het nuchtere vermogen om te relativeren, om historisch en genuanceerd te denken; ironie, als een manier om de waarheid te blijven zeggen in oorlogstijd, wanneer elke nuance verboden is - dat zijn de kernwaarden waarmee Erasmus' humanistische erfenis geïdentificeerd kan worden. Ad Donkergeb - 323 blz
muziek
Niek Nelissen
Willem van Otterloo
Willem van Otterloo was één van de vier belangrijkste Nederlandse dirigenten van de twintigste eeuw. Als componist liet hij een klein maar verfijnd oeuvre na. Zijn bekendste werk is de Symphoniëtta (1943), die behoort tot de meest gespeelde Nederlandse composities. Van Otterloo's levensverhaal geeft een interessant tijdsbeeld van het muziekleven tussen 1928 en 1978. Hij begon zijn loopbaan als tutticellist in het Utrechts Stedelijk Orkest. Een compositieprijsvraag van het Concertgebouw in 1932 bleek bepalend voor zijn toekomst. De orkestsuite die hij instuurde, werd bekroond met de eerste prijs en hij mocht de uitvoering door het Concertgebouworkest zelf dirigeren. Het USO stelde hem in 1934 aan als tweede en in 1937 als eerste dirigent. Hij bleef aan toen het USO in 1943 werd ingezet bij de Europasender, een Duitse propagandazender. Dit kwam hem na de bevrijding te staan op een veroordeling door de Ereraad voor de muziek. In 1949 werd Van Otterloo eerste dirigent van het Residentie Orkest, dat hij bijna een kwart eeuw leidde. Het Haagse orkest ging met hem een ongekende bloeitijd tegemoet. In 1950 werd hij een van de vaste dirigenten van het nieuwe platenlabel van Philips, dat hem behalve met het RO opnamen liet maken in Berlijn, Parijs en Wenen. De vele Philips-lp's droegen bij tot zijn internationale reputatie. Na het overlijden van Eduard van Beinum in 1959 werd algemeen verwacht dat hij diens opvolger zou worden bij het Concertgebouworkest. De keuze viel echter op Bernard Haitink en Van Otterloo bleef in Den Haag. In de jaren zestig kwam Van Otterloo bij het RO onder vuur te liggen door de roep om inspraak en repertoirevernieuwing. Als gastdirigent verlegde hij zijn activiteiten deels naar het buitenland. Na zijn vertrek bij het RO in 1973 werd hij chef-dirigent van het Sydney Symphony Orchestra. In 1978 overleed hij in Australië bij een verkeersongeval. Recensie: Dit vlot geschreven imposante boek is een handelsuitgave van een academisch proefschrift over de introverte levens- en musiceerstijl van een van Nederlands bekende orkestleiders met een interessant tijdsbeeld (1933-1978). Zelf voortgekomen uit de orkestpraktijk stond hij als vaste dirigent "op de bok" van respectievelijk het Utrechts Stedelijk Orkest en het Residentie Orkest. Ook de kronieken van beide ensembles uit die periode worden door de promovendus - muziekjournalist en leraar vwo geschiedenis - in detail beschreven. Voor diegenen die onder Van Otterloo hebben gespeeld, is dit relaas 'gefundenes Fressen'. Maar voor hen niet alleen! Het boek bevat naast talrijke bijlagen en foto's een dvd met een tweetal televisieregistraties uit respectievelijk 1963 (Gebouw K&W Den Haag, Brahms III) en 1976 (St. Bavokerk Haarlem, Beethoven IX). Het boek en de dvd zijn toonaangevend voor de onderhavige periode van het orkestbedrijf. Metagegevens • Van Gruting • Gebonden • 629 pagina’s • ISBN 9789075879407 • NUR: 660 - Muziek algemeen • Genre: Kunst, Muziek, Biografieën • Trefwoorden: Dirigent, Residentie Orkest, Van Otterloo Over de auteur: Niek Nelissen (1952) studeerde geschiedenis in Groningen. Hij is werkzaam als leraar aan het Stedelijk Gymnasium in Arnhem en als toetsdeskundige bij het Cito. Als muziekjournalist schreef hij een groot aantal artikelen voor muziektijdschriften en toelichtingen bij cd-uitgaven op muziekhistorisch gebied. De biografie van Willem van Otterloo is de handelsuitgave van het proefschrift dat hij in 2009 verdedigde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Over de uitgever: Uitgeverij Van Gruting, opgericht in 1996, legt zich toe op het uitgeven van boeken op het terrein van geschiedenis, kunstgeschiedenis, muziekgeschiedenis en literatuurgeschiedenis. Van Grutinggeb - 628 blz
geschiedenis
Plinius
Mijn lieve Calpurnia
De Romeinse wereld was er vooral een van mannen. Het rijk besturen, legers leiden, wegen en aquaducten bouwen: mannenzaken. Ook in de Romeinse literatuur komen vrouwen er vaak bekaaid vanaf. Maar er zijn gelukkig uitzonderingen. In de correspondentie van Plinius de Jongere (ca. 62-ca. 113), een vriend en tijdgenoot van keizer Trajanus, staan vrouwen centraal. Plinius onderhoudt vriendschappen en zakelijke relaties met rijke vrouwen. Ook schrijft hij geregeld aan vrouwelijke familieleden. Heel bijzonder zijn enkele ontroerende brieven aan de jonge Calpurnia, zijn derde vrouw. In het huwelijk met haar heeft hij zijn ware liefdesgeluk gevonden, zo lijkt het. De bundel wordt afgerond met een reeks literaire portretten van voorbeeldige vrouwen. Plinius' brieven tonen een kleurrijk panorama van levensechte vrouwenfiguren. En als altijd laten ze zien wat Plinius zelf belangrijk vindt: zijn brieven zijn ook een soort zelfportretten. Een boeiend en veelzijdig inkijkje in de Romeinse elite-kringen uit de keizertijd. Athenaeumgeb - 104 blz
filosofie & religie
Correspondentie van Desiderius Erasmus 10
Dit tiende deel van de integrale correspondentie van Erasmus bevat de brieven uit de periode april 1523 tot en met december 1524, vertaald door Frans Slits. De brieven weerspiegelen een Europa dat in de jaren twintig van de zestiende eeuw politiek wordt beheerst door Karel V, maar vooral worstelt met sociale, economische en religieuze spanningen, met name rond de Reformatie en het optreden van Luther. Erasmus' correspondentie is in deze jaren sterk gekleurd door het debat over de kerkhervorming. Na het overlijden van paus Adrianus?VI in 1523 koestert Erasmus hoop op diens opvolger Clemens?VII en zet hij zich in om Luthers invloed te temperen. Dit mondt uit in zijn geschrift over de vrije wil (1524), waarin hij zich expliciet tegen Luther keert. Tegelijk raakt Erasmus verwikkeld in conflicten, zoals de felle ruzie met Ulrich von Hutten, en wordt hij van zowel lutherse als katholieke zijde onder druk gezet om kleur te bekennen. Bijzonder is de uitgebreide autobiografische passage in brief 1437 aan Conradus Goclenius, waarin Erasmus terugblikt op zijn leven en zijn verblijf in Rome, en benadrukt dat hij zich niet aan één land of stad gebonden voelt. De brieven aan onder anderen Georg, hertog van Saksen, geven een scherp beeld van de gespannen politieke en religieuze situatie en tonen Erasmus als een intens betrokken, maar ook kritisch en onafhankelijk denkend humanist. Ad Donkergeb - 422 blz


