Terug/Home/Webwinkel ramsj.nl /Non-Fictie/Brievenboeken/Geen honinck soet sonder bitter gal
Sieger Rodenhuis
Geen honinck soet sonder bitter gal
Brieven van Agatha, jonkvrouwe Van Groot Terhorne te Beetgum
€ 17,50 Oorspronkelijke prijs was: € 17,50.€ 7,90Huidige prijs is: € 7,90.
ISBN: 9789056154196.
Bindwijze:
ing
Taal:
NL
Uitgever:
Bornmeer
Auteur:
Sieger Rodenhuis
Paginas:
143
Categorieën: Brievenboeken, Non-Fictie.
Brieven van Agatha Tjaerda van Starckenborgh (1620-1670), jonkvrouwe Van Groot Terhorne te Beetgum, die stamt uit een oud adellijk Fries geslacht. Zij is getrouwd met Georg Frederik thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg; het echtpaar woont op Groot Terhorne te Beetgum. Het is een van de centra van de Friese adel en de bewoners bewegen zich in de hoogste kringen van de provincie.
Gerelateerde producten
filosofie & religie
Correspondentie van Desiderius Erasmus 12
'De correspondentie van Erasmus, Brieven 1658 - 1801' is een van de meest interessante briefwisselingen die de wereldliteratuur heeft voortgebracht. In dit twaalfde deel van de integrale uitgave van alle 3141 brieven van en aan Erasmus zijn de brieven opgenomen die in 1526 en het eerste kwartaal van 1527 werden geschreven. Dit deel is vertaald door Jan Bedaux. Een belangrijk thema in dit deel van de brieven van Erasmus vormt de onenigheid met Luther, waar Erasmus erg onder gebukt gaat. Daarnaast wordt hij voortdurend door Zwitserse reformatoren belaagd, terwijl ook de positie van de katholieken in Bazel verslechtert. Erasmus voelt zich eveneens van katholieke zijde aangevallen, met name door theologen uit Parijs en Leuven. In zijn strijd met de Leuvense theologen zoekt hij aan kerkelijke en wereldlijke zijde steun door brieven naar Rome en het hof van Karel in Spanje te sturen. De keizer antwoordt zelf met een bemoedigende brief. De zorgen over zijn gezondheid zullen Erasmus ertoe gebracht hebben in het begin van 1527 een testament op te stellen. Dit bevat niet alleen een verdeling van de persoonlijke bezittingen, maar ook een regeling voor de uitgave van zijn Opera omnia met een lijst van personen of instellingen die deze uitgave als geschenk dienden te ontvangen. De bepalingen van het testament laten zien dat Erasmus op dat moment bepaald niet onbemiddeld was. Te midden van bovengenoemde onderwerpen neemt brief 1756 een bijzondere positie in. Erasmus geeft hierin een bijzonder levendige beschrijving van een ontploffing van een kruittoren, die door blikseminslag werd veroorzaakt. Redelijkheid zonder zendingsdrang of verkettering, tolerantie, het nuchtere vermogen om te relativeren, om historisch en genuanceerd te denken; ironie, als een manier om de waarheid te blijven zeggen in oorlogstijd, wanneer elke nuance verboden is - dat zijn de kernwaarden waarmee Erasmus' humanistische erfenis geïdentificeerd kan worden. Ad Donkergeb - 323 blz
filosofie & religie
Correspondentie van Desiderius Erasmus 10
Dit tiende deel van de integrale correspondentie van Erasmus bevat de brieven uit de periode april 1523 tot en met december 1524, vertaald door Frans Slits. De brieven weerspiegelen een Europa dat in de jaren twintig van de zestiende eeuw politiek wordt beheerst door Karel V, maar vooral worstelt met sociale, economische en religieuze spanningen, met name rond de Reformatie en het optreden van Luther. Erasmus' correspondentie is in deze jaren sterk gekleurd door het debat over de kerkhervorming. Na het overlijden van paus Adrianus?VI in 1523 koestert Erasmus hoop op diens opvolger Clemens?VII en zet hij zich in om Luthers invloed te temperen. Dit mondt uit in zijn geschrift over de vrije wil (1524), waarin hij zich expliciet tegen Luther keert. Tegelijk raakt Erasmus verwikkeld in conflicten, zoals de felle ruzie met Ulrich von Hutten, en wordt hij van zowel lutherse als katholieke zijde onder druk gezet om kleur te bekennen. Bijzonder is de uitgebreide autobiografische passage in brief 1437 aan Conradus Goclenius, waarin Erasmus terugblikt op zijn leven en zijn verblijf in Rome, en benadrukt dat hij zich niet aan één land of stad gebonden voelt. De brieven aan onder anderen Georg, hertog van Saksen, geven een scherp beeld van de gespannen politieke en religieuze situatie en tonen Erasmus als een intens betrokken, maar ook kritisch en onafhankelijk denkend humanist. Ad Donkergeb - 422 blz
non-fictie
Joris Oddens
Pioniers in schaduwbeeld
Op 1 maart 1796 vormde de zuidvleugel van het Binnenhof het toneel voor een bijzondere gebeurtenis. De zaal die we tegenwoordig vooral kennen als het voormalige onderkomen van de Tweede Kamer, werd die dag in gebruik genomen door de Nationale Vergadering van de Bataafse Republiek. Wie zo gelukkig was een plaats te hebben bemachtigd op de afgeladen publieke tribune, zag daar de oprichting van het eerste democratisch verkozen parlement van Nederland. Ruim twee eeuwen later is er nu een enerverende studie over parlementaire politiek in tijden van revolutie. Aan de hand van officiële bronnen en egodocumenten brengt Joris Oddens de eerste lichting Nederlandse parlementariërs haarscherp in beeld. Hoe gaven deze parlementaire pioniers invulling aan het nieuwe ambt van volksvertegenwoordiger? Met welke strategieën boden zij als achttiende-eeuwers het hoofd aan de uitdagingen van de representatieve democratie? Joris Oddens is historicus en neerlandicus. Hij houdt zich bezig met de politieke en culturele geschiedenis van Europa gedurende de lange achttiende eeuw (1670-1830). In 2009 verscheen van hem Een vorstelijk voorland. Gerard Hinlopen op reis naar Istanbul (1670-1671), een uitgave van het spannende reisverslag van een Hoornse Istanbulreiziger. Zijn onderzoek maakt deel uit van het project 'The First Dutch Democracy: The Political World of the Batavian Republic, 1795-1801' onder leiding van Niek van Sas en Wyger Velema. Van Tiltpap - 416 blz
non-fictie
Jan Fontijn
Moederskinderen
Het was voor Jan Fontijn een schok van herkenning toen hij Stendhals emotionele beschrijving las over de dood van diens moeder. Het herinnerde hem aan de nauwe band die hij als kind met zijn eigen moeder had en hoe die band door haar verschrikkelijke dood werd verbroken. Deze lees- en levenservaring was voor Fontijn aanleiding op zoek te gaan naar de wijze waarop een aantal prominente mannelijke schrijvers de band met hun moeder hebben beleefd en beschreven. Helder en beknopt weet hij de hoogte- en dieptepunten van de moeder-zoonrelatie te beschrijven. Zo komen in 'Moederskinderen' buitenlandse auteurs als Paul Léautaud, Michel Houellebecq, Charles Baudelaire, Rainer Maria Rilke, Friedrich Nietzsche, Marcel Proust en André Gide aan bod. Maar ook Nederlandstalige auteurs zijn met Gerard Reve, Herman Gorter, Jan Hanlo, Martinus Nijhoff, Frederik van Eeden, Lodewijk van Deyssel en de Belgische Maurice Gilliams goed vertegenwoordigd. 'Moederskinderen' noemt hij die door hem gekozen schrijvers, omdat de moederliefde of het intens verlangen daarnaar zo dominant in hun leven en werk aanwezig is. Hun relatie met hun moeder is vaak ontroerend en navrant en is voor Jan Fontijn meer dan eens aanleiding om die te verbinden met zijn eigen relatie met zijn moeder. Er zijn ook schrijvers die hun moeder nooit gekend hebben en leden onder dat gemis. Het boek sluit af met een korte schets van de wijze waarop psychiaters H.C. Halberstadt-Freud, Sigmund Freud en Georg Groddeck de relatie tussen moeder en zoon beschouwden. Prometheuspap - 170 blz


