In het begin van de negentiende eeuw staan patriottisme en heldendom nog centraal in de uitbundige Nederlandse militaire schilderstukken. Haagse schilders als George Hendrik Breitner en Isaac Israels, die relaties hebben in de militaire wereld, geven omstreeks 1880 echter een nieuwe interpretatie aan het genre. Zij richten zich nadrukkelijk niet op de verheerlijking van het militaire bestaan, maar verbeelden juist de alledaagse realiteit van het soldatenleven. Anderen zo als Charles Rochussen en Jan Hoynck van Papendrecht werken op hun beurt samen met de officieren Willem Constantijn Staring en Nicolaas van Es aan realistische illustraties voor nieuwsbladen als Elsevier en Eigen Haard, waardoor het militaire genre bekendheid krijgt bij een groot publiek.
Gerelateerde producten
kunst
Willem Bastiaan Tholen 1860-1931
Willem Bastiaan Tholen (1860-1931)' is tegenwoordig vooral bekend in een kleine kring van liefhebbers. Een iets groter publiek kent hem als schilder van landschappen en water. Dat hij ook sfeervolle stadsgezichten, intieme interieurs, nocturnes en ontroerende (zelf)portretten maakte, is tot nu toe onderbelicht gebleven. En dat terwijl de grote verscheidenheid van zijn schilderijen, olieverfschetsen, tekeningen, aquarellen en etsen de critici destijds al opviel: 'Tholen durft álles aan.' Met dit rijk geïllustreerde boek verschijnt voor het eerst een monografie die recht doet aan Tholens enorme veelzijdigheid en hem plaatst in zijn artistieke omgeving. Zo onderhield hij contact met talloze kunstenaars, onder wie George Hendrik Breitner, Isaac Israels, Jan Veth en Paul Arntzenius. In essays wordt aandacht besteed aan de invloed van Haagse Schoolkunstenaar Constant Gabriël, zijn vriendschap met studiegenoot Willem Witsen, Tholens frequente verblijven op het landgoed Ewijkshoeve, zijn leven in Den Haag, zijn betrokkenheid bij de Hollandsche Teekenmaatschappij en de Nederlandsche Etsclub en zijn fascinatie voor water en havensteden, met name de Zuiderzee. Een hernieuwde kennismaking met Tholen, een eigenzinnige schilder met een scherp oog voor detail. Thothgeb - 312 blz
kunst
Willem Bastiaan Tholen 1860-1931
Willem Bastiaan Tholen (1860-1931)' is tegenwoordig vooral bekend in een kleine kring van liefhebbers. Een iets groter publiek kent hem als schilder van landschappen en water. Dat hij ook sfeervolle stadsgezichten, intieme interieurs, nocturnes en ontroerende (zelf)portretten maakte, is tot nu toe onderbelicht gebleven. En dat terwijl de grote verscheidenheid van zijn schilderijen, olieverfschetsen, tekeningen, aquarellen en etsen de critici destijds al opviel: 'Tholen durft álles aan.' Met dit rijk geïllustreerde boek verschijnt voor het eerst een monografie die recht doet aan Tholens enorme veelzijdigheid en hem plaatst in zijn artistieke omgeving. Zo onderhield hij contact met talloze kunstenaars, onder wie George Hendrik Breitner, Isaac Israels, Jan Veth en Paul Arntzenius. In essays wordt aandacht besteed aan de invloed van Haagse Schoolkunstenaar Constant Gabriël, zijn vriendschap met studiegenoot Willem Witsen, Tholens frequente verblijven op het landgoed Ewijkshoeve, zijn leven in Den Haag, zijn betrokkenheid bij de Hollandsche Teekenmaatschappij en de Nederlandsche Etsclub en zijn fascinatie voor water en havensteden, met name de Zuiderzee. Een hernieuwde kennismaking met Tholen, een eigenzinnige schilder met een scherp oog voor detail. Thothpap - 312 blz
kunst
Willem van de Velde & Zoon
Rond 1600 bloeide in de Noordelijke Nederlanden de handel en scheepvaart als nooit tevoren. Deze bedrijvigheid van schepen op het water en in de vele havens vormde een nieuwe, onuitputtelijke inspiratiebron voor schilders die de zee als onderwerp kozen. Onder deze zeeschilders bevonden zich vader en zoon Willem van de Velde. Ruim vijftig jaar lang werkten zij nauw samen, eerst vanuit hun Amsterdamse winkel en vanaf 1672 aan het hof van de Engelse koningen Charles II en James II. Met hun oog voor detail en ondernemingstalent groeiden zij uit tot de meest vooraanstaande zeeschilders van de zeventiende eeuw. Ruim vijftig jaar heeft hun schildersatelier bestaan. Hun productiviteit in die periode was ongekend, zij maakten naar schatting meer dan 2500 tekeningen en 800 schilderijen. Hun kunstwerken zijn tegenwoordig te vinden in de collecties van alle belangrijke musea ter wereld. Het werk van de Van de Veldes symboliseert de bloeiperiode van de Nederlandse zeeschilderkunst. Hun vertrek in de winter van 1672 naar Engeland markeerde ook het einde van een periode waarin Nederlandse zeeschilders, net als de oorlogsvloot die zij hun leven lang verbeeldden, in artistieke zin de dienst uitmaakten. Stap binnen in de boeiende maritieme wereld van Willem van de Velde & Zoon. Thothpap - 171 blz
kunst
Jan Cremer, Wim van der Linden
Working class hero
Schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer (1940) stamt van vaderszijde uit een familie van hoefsmeden en beroepsmilitairen uit Pruisen en Hessen, zijn moeders familie is afkomstig uit Hongarije. Korte tijd volgde hij een opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunst in Arnhem. Als schilder kreeg hij snel erkenning met zijn 'peinture barbarisme', intussen reist hij veel en woont overal. In het najaar van 1963 zwerven Jan Cremer en Wim van der Linden ieder weekend samen door Amsterdam. Wim van der Linden heeft een hok met een donkere kamer op Kattenburg, Jan Cremer heeft al een gezin en woont in de Jodenhouttuinen. De huizen die ze daar bewonen, zijn allang gesloopt. Amsterdam in 1963 is een stad in doodsnood. Het is alles sloop en verval. In die puingruwel staat Jan Cremer en kijkt hongerig in de lens. Op zijn drieëntwintigste heeft Jan Cremer een heel leven achter de rug, maar ondanks zijn successen als schilder is hij arm gebleven en noodgedwongen werkt hij in de haven. De Cremer die Wim van der Linden vastlegt, is hard op weg om van 'working class' tot 'working class hero' uit te groeien. Op alle foto's die Wim van der Linden in 1963 van hem maakt, is hij de belichaming van het nieuwe, van de dingen die komen gaan. Het icoon van de verandering wordt de foto van Jan Cremer op zijn Harley Davidson, de coverfoto van Ik Jan Cremer, dat in 1964 verschijnt. Daarna is alles anders. Wim van der Linden en Jan Cremer zullen nog tien jaar samen optrekken. Tussen 1963 en 1969 maakt hij zo'n duizend foto's van Jan Cremer, waarvan het grootste deel zich bevindt in het archief van Cremer. In dit boek zijn 80 door Jan Cremer uitgekozen foto's verzameld. Ze geven niet alleen een beeld van Jan Cremer, maar ze zijn ook een monument voor de vriendschap van twee kunstenaars, de schrijver en de fotograaf. d'Jongehonding - 96 blz


