Terug/Home/Webwinkel ramsj.nl /Mens & maatschappij/Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht
Paul Schnabel
Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht
Het gevoel van Nederland
€ 20,99 Oorspronkelijke prijs was: € 20,99.€ 7,90Huidige prijs is: € 7,90.
Nederlanders zijn in het algemeen heel tevreden met hun eigen leven en hun kinderen zijn de gelukkigste van de wereld. Toch schuurt het. Het zou niet goed gaan met het land, veel burgers zijn boos op de politiek en de jongeren zullen het straks slechter hebben dan hun ouders nu. Dat is het beeld, maar hoe is het nu echt? Hoe goed of slecht doet Nederland het, vergeleken met vroeger en met andere landen? Met feiten en cijfers geeft Paul Schnabel een actueel beeld van de Nederlandse samenleving op het gebied van leven en dood, sociale zekerheid, onderwijs en arbeid, mobiliteit en migratie, godsdienst en toekomstverwachting. Op veel punten is Nederland al bijna klaar, maar er blijft toch ook nog veel te doen. Het gevoel van Nederland is geschreven met veel gevoel voor Nederland en de ruim 17 miljoen Nederlanders.
Gerelateerde producten
mens & maatschappij

Peter Hein van Mulligen
Met ons gaat het goed, nog altijd
In het voorjaar van 2020 raakt de coronapandemie ook Nederland. Duizenden doden en een recessie zijn het gevolg. Dat is niemand ontgaan, want slecht nieuws scoort. Maar ook vóór corona was de stemming vaak somber: met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht, zoals voormalig directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau Paul Schnabel het samenvatte. Nederlanders hebben een prima leven en weinig te klagen, maar zijn negatief over de staat van het land. Stagnerende inkomens, toenemende criminaliteit en de mislukking van de multiculturele samenleving eisen hun tol. Komt het ooit nog goed met Nederland? Als je uitzoomt van het zwartgallige nieuws van de dag ontstaat een heel ander beeld. Prometheuspap - 320 blz
mens & maatschappij

Eugénie Smits van Waesberghe
Zwartboek adoptie
Zwartboek adoptie in Nederland in de 20e eeuw De invoering van de Adoptiewet in 1956 zorgde ervoor dat adoptie wettelijk onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid viel. Een grote vraag naar baby's in Nederland door veelal kinderloze echtparen was het gevolg. Ongehuwde vrouwen stonden, vaak onder informele dwang, na de bevalling hun baby af. Dat gebeurde meestal in zogeheten doorgangshuizen waar zwangere meisjes en vrouwen verbleven en waaraan de overheid destijds financieel bijdroeg. Naar schatting zijn tussen 1956 en 1984 rond de 15.000 tot 25.000 baby's op deze manier afgestaan. Dit zorgde toen al voor veel leed, maar het werd decennia later nog veel pijnlijker toen geadopteerden op zoek gingen naar hun onbekende biologische moeders en vaders. Persoonsgegevens van geboorte- en adoptiefamilies blijken in geheime dossiers opgeslagen, zijn niet ter inzage of indertijd (moedwillig) verdwenen in opdracht van adoptieouders of zijn van hogerhand vernietigd. In 'Zwartboek adoptie' vertellen geadopteerden over hun persoonlijke adoptieverhaal en de levenslange impact ervan. Evenals moeders die vaak onvrijwillig en onwetend ooit een baby afstonden aan andere Nederlandse echtparen. Ze durven nu eindelijk hun verhaal te doen. Afstandsmoeders, afstandsvaders, geadopteerden en ook niet geadopteerde kinderen en familieleden komen uitgebreid aan het woord. Ook deskundigen die in hun werk in aanraking kwamen met adoptie als medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming, therapeuten en jeugdhulpverleners, historici en hoogleraren in religiegeschiedenis en sociale demografische geschiedenis, een kinderrechter en een kindertehuisdirecteur vertrouwen hun ervaringen over de adopties toe aan dit zwartboek. Allen tekenen zo met elkaar de inktzwarte rand om de Nederlandse adoptiegeschiedenis. We kunnen het niet veranderen, maar het gaat erom dat we het erkennen en van de fouten leren. De schrijfster van Zwartboek adoptie is Eugénie Smits van Waesberghe (1965). Zij is journalistiek onderzoeker, psychosociaal therapeut en coach. Zelf is Eugénie ook geboren in een doorgangshuis, onder dwang bij haar moeder weggenomen en ter adoptie in een pleeggezin geplaatst. De afgelopen vijf jaar stuitte Eugénie, mede door haar eigen zoektocht naar informatie over haar biologische moeder en vader, op gesloten deuren. 'Veel is onbekend, over veel wordt gezwegen en weinig is mogelijk om duidelijkheid te krijgen,' aldus Eugénie. Tijdens haar zoektocht kwam zij in contact met vele lotgenoten, wier verhalen, zoektochten, adoptieverleden en adoptieleed zij in dit boek heeft opgetekend. Eugénie studeerde aan de faculteit Sociale Wetenschappen en de Rechtenfaculteit van de Rijksuniversiteit Utrecht (Nederlands recht). Ze is getrouwd, heeft twee kinderen en werkt onder meer als psychosociaal therapeut en coach. Deskundige is Eugénie op het gebied van risicotaxatie, casusregie en het opstellen van veiligheidsplannen in complexe gezinssystemen en op het terrein van afstand, adoptie en hechting. Als deskundige en belangenbehartiger is Eugénie sinds 2018 lid van de ministeriële werkgroep Binnenlandse afstand en adoptie. Deze werkgroep heeft de totstandkoming van het landelijke onderzoek naar de binnenlandse afstand en adoptie en de oprichting van het landelijk meldpunt in 2019 voorbereid. NAUpap - 340 blz
mens & maatschappij

Karl Mannheim
Het generatieprobleem
Het gemak waarmee we over generaties praten, illustreert dat het een bruikbaar begrip is om maatschappelijke verschijnselen te duiden. Bij nadere beschouwing blijkt echter dat het in het dagelijks gebruik vooral aantrekkelijk is als we het losjes hanteren. Generaties kunnen tegenover elkaar staan, jonge generaties kunnen een maatschappij vernieuwen, en thuis kunnen we een generatiekloof ervaren. Karl Mannheim zag scherp hoe deze losse begripsopvatting verwarring veroorzaakte. In zijn essay Das Problem der Generationen (1927-'28) werkte hij daarom een nauwkeurig, gedifferentieerd generatiebegrip uit. In dezelfde tijd geboren zijn zegt op zich nog niet zoveel, aldus Mannheim. Pas als jongeren ook dezelfde culturele invloeden ondergaan, kan de ontwikkeling tot een maatschappelijke actieve 'generatieeenheid' werkelijk haar beslag krijgen. Voor dat laatste is het echter ook nodig dat bestaande culturele vormen door een versnelde maatschappelijke ontwikkeling zijn ontworteld. Anders gezegd: jongeren kunnen pas dan een eigen rol op het maatschappelijke toneel krijgen. Mannheims generatiebegrip heeft in de loop van de tijd vele auteurs en onderzoekers geïnspireerd, zowel in de geschiedwetenschap als in de sociale wetenschappen. Met de eerste Nederlandse vertaling, van de hand van Hans Driessen, kunnen nu alle generaties uit de eerste hand kennis nemen van zijn rijke gedachtegoed. Karl Mannheim (1893-1947) was een Hongaars-Duitse socioloog, die de grondlegger is van de kennissociologie. De oorspronkelijke versie van Het generatieprobleem voltooide hij in 1928. Over de vertaler: Hans Driessen is vertaler van onder andere Duitse filosofie. Eerder verschenen van hem vertalingen van Nietzsche, Sloterdijk en Schopenhauer. In 2012 verscheen van zijn hand een nieuwe vertaling van Thomas Manns De Toverberg en voor uitgeverij Vantilt vertaalde hij Wetenschap als beroep en Politiek als beroep van Max Weber. Van Tiltpap - 78 blz
geschiedenis

Ad van Liempt
De roaring fifties
Ad van Liempt rekent aan de hand van een tiental pioniers af met het beeld dat niets gebeurde in de jaren vijftig. Juist de jaren van wederopbouw brachten vele belangrijke vernieuwingen met zich mee. Saai. Sloom. Duf. Om de jaren vijftig te beschrijven hebben we meestal genoeg aan woorden van één lettergreep. Maar dat beeld, vastgelegd in ons collectieve geheugen, is toe aan herziening. Steeds meer wordt duidelijk dat juist de jaren van wederopbouw allerlei belangrijke vernieuwingen met zich meebrachten, aangejaagd door visionaire, volhardende mensen met een vastomlijnd plan voor een betere toekomst. In 'De roaring fifties' rekent Ad van Liempt aan de hand van elf pioniers van de jaren vijftig af met het beeld van een benauwd decennium waarin niets gebeurde. Zo zorgde minister Jo Cals met de Mammoetwet voor een radicale herinrichting van het onderwijs. Waterstaatkundige Johan van Veen had de plannen voor de Deltawerken in 1953 al klaarliggen, wat de doorslag gaf bij de snelle realisatie ervan. Psychologe Mary Noordanus zette zich met hart en ziel in voor een vrije ontwikkeling van het kind, in een tijd dat veel gezinnen nog autoritair werden geleid. In Indonesië werd Mieke Bouman de heldin van miljoenen Nederlanders door landgenoten juridisch bij te staan in Soekarno's showprocessen. De Limburgse aannemer Egidius Joosten kreeg de KNVB op de knieën en dwong het betaalde voetbal af. En zangeres Pia Beck bracht de jazz onder de mensen en liet zien hoe je ook toen al een BN'er kon worden. Het zijn stuk voor stuk fascinerende persoonlijkheden, aan wie we veel te danken hebben en die ieder op hun eigen terrein duidelijk maken dat de jaren vijftig oneindig veel opwindender waren dan de meeste mensen tot nu toe dachten. Balanspap - 304 blz